Taxisector

CHECKLIST TAXISECTOR

Versie 31/08/2026

Omwille van de leesbaarheid wordt enkel de mannelijke persoonsvorm gebruikt in deze tekst.

Deze checklist is een uitbreiding van het Plan voor Eerlijke Concurrentie voor de taxisector. Deze checklist garandeert meer duidelijkheid en transparantie voor werkgevers, werknemers en zelfstandigen. Het moet hen ook in staat stellen om een vorm van zelfcontrole uit te voeren.

Deze checklist betekent niet dat de sociaal inspecteur niet het recht heeft om, zoals bepaald in het Sociaal Strafwetboek, zich alle documenten te laten voorleggen die de inspecteur noodzakelijk acht voor het onderzoek.

Bevoegdheden van de sociaal inspecteur: 

  1. De sociaal inspecteur kan vrij, op elk moment van de dag of nacht, zonder voorafgaande waarschuwing, alle werkplekken betreden waar hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er personen aan het werk zijn (artikel 23 SSW). Hij kan dus ook het voertuig controleren. Conform artikel 20 van het Sociaal Strafwetboek leggen de sociaal inspecteurs hun legitimatiebewijs voor.
  2. De sociaal inspecteur kan de identiteitsgegevens (met inbegrip van het rijksregisternummer) van elke persoon op de werkplaats opvragen en controleren. Hij kan een identiteits- of verblijfsdocument vragen en controleren (artikel 26 SSW). Hij mag ook inlichtingen inwinnen over de functie en het loon van de werknemers. Chauffeurs en alle begeleiders moeten tijdens een wegcontrole de vereiste documenten kunnen voorleggen. Een sociaal inspecteur kan vragen om boorddocumenten (rijbewijs, taxivergunning, inschrijvingsbewijs, …) van het voertuig), een detacheringsverklaring, enz. te tonen.
  3. De sociaal inspecteur kan elke persoon horen die hij nodig acht. Dergelijke verhoren worden uitgevoerd in overeenstemming met de rechten van de ondervraagde personen.
  4. De sociaal inspecteur kan een proces-verbaal voor verhindering van het toezicht van de inspectie opstellen tegen elke persoon die hem verhindert om het toezicht uit te voeren dat is voorzien in de Code (artikel 209 SSW), zoals het verhinderen van toegang tot de werkplek.

Bedrijfsinspectie : welke gegevens kan een sociaal inspecteur u vragen als werkgever, aangestelde of lasthebber, agent of vertegenwoordiger, zelfstandige? 

Voorbeelden:

  • Uw inschrijving bij de KBO;
  • Uw inschrijving bij de RSZ (cf. werkgeversnummer, werkgeverscategorie);
  • Uw aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen;
  • Aandeelhoudersregister;
  • Facturen;
  • Dimona (onmiddellijke verklaring van tewerkstelling);
  • Arbeidsreglement met alle werktijden en bewijs van registratie;
  • Prestatie- en loongegevens van de werknemers:
    • Individuele rekening, loonfiches, prestatielijsten, betaalbewijzen... De sociaal inspecteur kan de uitprint vragen van elektronisch geregistreerde prestaties.
    • De sociaal inspecteur kan om een papieren afdruk vragen of om een digitale versie van de prestaties die elektronisch geregistreerd zijn (inclusief de gegevens die geregistreerd zijn via de boordcomputer of de tachograaf van het voertuig).
  • Arbeidsovereenkomsten en eventuele wijzigingen:
    • Voor voltijdse werknemers, als de overeenkomst schriftelijk werd opgesteld;
    • Schriftelijk opgestelde arbeidsovereenkomsten voor deeltijdse werknemers, inclusief werkafspraken en werktijden;
    • Contracten voor tijdelijk werk;
    • Tijdelijke arbeidsovereenkomsten;
    • Studentencontracten;
    • (indien toegestaan:) Flexi-job: raam- en arbeidsovereenkomsten
  • Afwijkingsdocument of registratiesysteem voor deeltijdse werknemers (indien meer uren, minder uren of wijziging van de arbeidsduur ten opzichte van de vastgestelde vaste of variabele arbeidsduur);
  • De uitzendovereenkomst tussen de gebruiker en het uitzendbureau (als er gebruik wordt gemaakt van uitzendkrachten);
  • De uitzendovereenkomst tussen het uitzendbureau en de uitzendkracht;

    Deze overeenkomst staat in elektronische vorm op de laptop of smartphone van de uitzendkracht, met vermelding van de werktijden. Anders valt de publicatie van de werktijden onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker;

  • Lijst van geregistreerde voertuigen/kentekenplaten en vergunningen/vignetten om de activiteit om bezoldigd personenvervoer uit te baten;
  • Lijst van de bestuurderspassen (Vlaanderen) of bekwaamheidsattesten (Brussel en Wallonië) van het personeel;
  • Bij tewerkstelling van niet-Belgische werknemers of zelfstandigen kunnen volgende documenten 
  • gevraagd worden:
    • De arbeidskaarten en/of arbeidsvergunningen en verblijfsvergunningen voor niet EU-onderdanen;
    • Beroepskaarten voor buitenlandse zelfstandigen die niet vrijgesteld zijn (niet EU-onderdanen);
    • Limosameldingen met L1-document (niet van toepassing op zelfstandigen in de taxisector);
    • A1-attest (“Verklaring betreffende de socialezekerheidswetgeving die op de houder van toepassing is”).
  • Arbeidsongevallenverzekering/verzekering BA-uitbating;
  • Bewijs van voltooiing van verplichte opleiding;
  • Offertes, bestelformulieren, facturen;
  • Voor Vlaanderen: inzage in de aangifte op database Chiron.
  • Voor Brussel en Wallonië: het overzicht van de afgelegde ritten per voertuig, via de rittenbladen die de exploitant of de tussenpersonen die de boekingen deed, moet kunnen voorleggen.

Controles langs de weg of op de plaats waar activiteiten worden uitgevoerd: welke documenten/informatie kan een sociale inspecteur vragen aan de bestuurder van het voertuig

De vragen hebben over het algemeen betrekking op:

Wie is de werkgever/opdrachtgever?

  • Identificatiegegevens van de werkgever en/of opdrachtgever.
  • Wie is de eigenaar van het voertuig waarmee de dienst wordt verricht?
  • Wie heeft het voertuig geheel of gedeeltelijk gefinancierd?
  • Heeft iemand (de klant/potentiële werkgever) de financiering van het voertuig door de taxichauffeur gegarandeerd?
  • Wie heeft de opdracht tot personenvervoer aan de chauffeur toevertrouwd?
  • Wie is de beheerder van de exploitatievergunning(en)?
  • Waar worden de meeste ritten afgelegd? Waar werd de vergunning uitgereikt?

Over het statuut (werknemer-loontrekkende, zelfstandige, student, uitzendkracht, enz.)

  • Identificatiegegevens van de gecontroleerde persoon (zowel het tijdelijke adres in België als het adres in het land van herkomst indien de persoon geen Belgische werknemer is);
  • Is de werkgever Belgisch of buitenlands (EU of derde land)? Waar is hij gevestigd (in welke Belgische regio?)
  • Voor wie werkt de persoon? Waar is hij gevestigd (in welke regio?)
  • Heeft de werknemer een contract getekend? Met wie? Wat is de aard en het doel van het contract?
  • Wat is de functie en statuut van de betrokken persoon?
  • Als u een werknemer in loondienst bent: wanneer trad u in dienst bij uw huidige werkgever (contract)?
  • Hoe lang is de persoon al actief op de werkplek?
  • Heeft hij ooit gewerkt in zijn land van herkomst voor de huidige werkgever (indien geen Belgische werknemer)
  • Werkt hij voor andere werkgevers of klanten?
  • Voor een zelfstandige: hoe lang is men al aangesloten bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen? Bij welk fonds en wat is het aansluitingsnummer?

    👉 Zie Home | RSZ voor verdere informatie rond het statuut van werknemer;

    👉 Zie RSVZ | Sociale Zekerheid Zelfstandige Ondernemers voor verdere informatie rond het statuut van zelfstandige;

    👉 Zie https://socialsecurity.belgium.be voor bijkomende informatie over de sociale zekerheid.

Over het sociaal statuut als Belgisch sociaal verzekerde (werkloos, arbeidsongeschikt, leefloongerechtigde, gepensioneerde, enz.)

  • Ontvangt de gecontroleerde persoon een uitkering? Van welke organisatie?Kan hij de nodige documenten voorleggen (bijvoorbeeld werkloosheidsdocumenten)?

👉 Zie https://www.rva.be voor meer informatie over werkloosheid;

👉 Zie https://www.riziv.fgov.be       voor meer informatie over ‘de verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen’.

Gegevens met betrekking tot het salaris en de werktijden

  • Wie betaalt het loon?
  • Hoeveel bedraagt het loon?
  • Hoe wordt het loon betaald?
  • Moet de persoon nog achterstallig loon ontvangen?
  • Waar worden socialezekerheidsbijdragen en belastingen betaald?
  • Als men geen Belgische werknemer is, worden er dan vergoedingen betaald voor volgende zaken en zo ja, hoeveel en wie betaalt deze?
    • Voeding;
    • Huisvesting;
    • Eventuele reiskosten;
    • Andere.
  • Hoeveel uur werkt men per dag, per week, per maand?
  • Volgens welke arbeidsregeling (vast (hetzelfde aantal uren per week) of variabel (verschillend aantal uren per week)? Op een vast of variabel rooster?
  • Als men parttime werkt, werd er dan een schriftelijke overeenkomst ondertekend waarin het uurrooster en de werktijden staan beschreven?Zo niet, weet hij waar de werkgever een kopie of uittreksel met zijn rooster bewaart?
  • Weet men waar het arbeidsreglement is en heeft men er toegang toe?
  • Hoe wordt de werknemer geïnformeerd over de werktijden?

    Als hij deeltijds werkt op basis van flexibele werktijden (ongeacht de werkafspraken), hoe wordt dit rooster dan aan hem/haar meegedeeld?
  • Afwijking van de normale werkuren is toegestaan als de werkgever de maatregelen voor het bekendmaken van deeltijdse werkuren naleeft (contract - arbeidsreglement, afwijkingsdocument/ systeem van tijdsopvolging). Weet de deeltijdse werknemer waar hij deze kan raadplegen? Heeft hij er toegang toe?
  • Kan men informatie betreffende de uitgevoerde ritten voorleggen: inzage in de aangifte op database Chiron (In Vlaanderen), taximeter, platformdata, een overzicht van de gebruikte applicaties en inzage in de reservaties en afgelegde ritten op de smartphone…

Documenten/elementen (onmiddellijk te tonen bij de inspectie)

  1. Identiteitsdocumenten;
  2. Werk- en verblijfsvergunningen (voor niet-EU-onderdanen;)
  3. Bestuurderspas (Vlaanderen) of bekwaamheidsattest (Brussel en Wallonië);
  4. Boorddocumenten en rijbewijs;
  5. Deeltijdse werknemers: arbeidsovereenkomst met roosters en afwijkingsdocumenten voor te leggen door de werkgever
  6. Werklozen: controlekaarten die kunnen worden aangevraagd (behalve wanneer werknemers gebruik maken van een elektronische controlekaart):
    1. C3A (blauwe kaart of elektronisch): volledig werkloz
    2. EC3.2A (elektronische kaart): tijdelijke werkloze
    3. C3-Deeltijds (wit blad): deeltijdse werknemer met een inkomensgarantie-uitkering
    4. C3C (gele kaart): werkloze die geniet van een vrijstelling

      Belangrijk: de prestaties moeten voorafgaandelijk aangeduid worden op de controlekaart
  7. Arbeidsongeschikte werknemers - (Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering - RIZIV)

    Indien een arbeidsongeschikte werknemer aan het werk wordt aangetroffen zal gevraagd worden naar zijn/haar: "Toestemming van een gedeeltelijke werkhervatting (TWDH)", afgegeven door een adviserende arts
  8. Uitzendkrachten: de inspecteur kan een uitzendkracht vragen om hem zijn elektronische arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau te laten zien, op zijn smartphone, laptop of tablet;
  9. A1-Attest (“Verklaring betreffende de socialezekerheidswetgeving die op de houder van toepassing is”) (kan eventueel achteraf worden voorgelegd);
  10. Bewijs van detacheringsverklaring voor buitenlandse werknemers;
  11. Aanwezigheid en staat van de persoonlijke beschermingsmiddelen, inclusief hulpmiddelen ter voorkoming van fysieke belasting.

Lijst met de belangrijkste overtredingen die de RVA tijdens inspecties kan vaststellen.

Deze lijst is niet limitatief.

  1. Inbreuken werkloosheid begaan door werknemers:
    1. Niet in het bezit van de controlekaart werkloosheid;
    2. De controlekaart werkloosheid niet voorafgaand aan de arbeid invullen;
    3. Niet onmiddellijk de werkloosheidscontrolekaart tonen wanneer de inspecteur daarom vraagt;
    4. Niet aangeven van een nevenactiviteit door een volledig werkloze.
  2. Inbreuken begaan door werkgevers:
    1. De werkgever doet een maandelijkse mededeling van de eerste effectieve dag tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen voor een werknemer, maar laat deze toch werken. Op het einde van de maand bevestigt de werkgever de dagen waarop de werknemer gewerkt heeft valselijk als dagen tijdelijke werkloosheid.
    2. Misbruik of oneigenlijk gebruik van tijdelijke werkloosheid.

Hoe zit het met "gerechtvaardigde afwezigheid"? 

In het geval van een controle door de inspectiediensten kan je worden gevraagd om een rechtvaardiging te geven als je regelmatig toegestane afwezigheden opneemt in je sociale documenten.

De inspectie accepteert "toegestane afwezigheid" alleen onder de volgende voorwaarden:

  • Het moet kunnen blijken dat ze op verzoek van de werknemer werd aangevraagd.
  • Het akkoord der partijen zal voor elke dergelijke afwezigheidsdag moeten blijken uit een geschrift met opgave van de reden.
  • Op deze dagen moesten er normale arbeidsprestaties overeengekomen zijn.
  • Indien het om een deeltijdse werknemer gaat moet de werkgever het “afwijkingsdocument” (artikel 160 Programmawet van 22/12/1989) effectief gebruiken, voor het niet presteren van deze uren.
  • De werknemer moet bij elke wijziging (bij inschrijving) onmiddellijk tekenen, de werkgever moet het document minstens eenmaal per week ondertekenen.

Hoe zit het met "werkvoorschriften"?

Volgens de interpretatie van de FOD WASO (AD AJS) moet een exemplaar van het arbeidsreglement in de cabine van het voertuig worden bewaard.